Het is gelukkig gelukt om gelukkig te zijn

Het is gelukkig gelukt om het geluk te vinden.
Laat ik voorop stellen dat ik geen leuke jeugd heb gehad. De allereerste keer dat papa me sloeg was ik tien jaar. Ik heb geen idee meer wat ik gedaan heb. Maar de schok die de klap teweeg brengt is onvoorstelbaar. Al het vertrouwen in m’n vader verdween als sneeuw voor de zon. Ik voelde me sinds dat moment onveilig en ik wist dat ik nooit meer iets voor die man zou kunnen voelen. De klappen bleven komen. Ik kon niets meer goed doen. Ik was de boksbal van het gezin. Ik was niet de enige hoor, twee van de vier broers werden ook geslagen. Vader wist wel dat hij het bij Barry en Henk niet moest doen. Dat zou verkeerd hebben uitgepakt. Bij mij dus niet. Ik was te laf om iets te doen, te kapot gemaakt door die vreselijke man. Wat heb je aan zo’n vader.
Jaren later, ik woonde al jaren samen met Angelique, gebeurde er iets dat me erg raakte. Een vriendin kwam op bezoek en het verhaal kwam op haar vader. Ze vertelde hoeveel ze van hem hield en dat ze, na de dood van haar moeder, door haar vader was opgevoed. Ze belden elke dag en zochten elkaar iedere week een keer op. Het raakte me om die liefde te zien en ik zag haar gezicht veranderen als ze het over haar vader had. Mijn vader had m’n jeugd gestolen. Mijn vader had nooit liefde getoond.
Opeens herinnerde ik me hoe gelukkig m’n ouders waren geweest. Hoe klein ik ook was, die beelden van knuffelende ouders zie ik nu nog. Hoe was m’n vader dan zo veranderd. Ik ontdekte het verhaal toen ik mijn tante er naar vroeg. ‘Hoe was papa vroeger tante? Ze vertelde dat hij als jonge avontuurlijk, vrolijk, een leuk joch was. Ergens was er iets veranderd. Ze vertelde het verhaal van mijn vader, waarover hij altijd gezwegen had. Toen hij 14 was werd hij aangerand door zijn vader. Het kwam totaal onverwachts. Vader wist niet eens wat mannenliefde was en zeker niet dat je een kind, dat net de seksualiteit aan het ontdekken was, seksueel aanvalt. Er knapte iets in z’n hoofd. Nooit kon hij zijn vader nog vertrouwen. Hij vertrouwde zelfs niemand meer. Hij kon het voorvalnooit met iemand delen. Ze zouden hem niet geloven. Een jaar later ging m’n vader al op kamers wonen en heeft zijn vader nooit meer willen zien. Na het huwelijk dacht hij er goed aan te doen z’n kinderen met harde hand op te voeden, maar wel eerlijk en recht door zee.
Hij heeft het geluk nooit moge ervaren. Nu kan ik begrijpen waarom hij zo deed. Hij had hulp moeten zoeken. Nu waren de kinderen de dupe van zijn onvermogen.
Maar niet getreurd, het leven gaat door. Ik ontmoette de meest liefdevolle en begripvolle vrouw die je je kunt bedenken. Ze omringde met liefde, nooit was er sprake eigenbelang of een ego stuk. Ik opende me helemaal voor de liefde en het geluk. Omdat ik weet hoe het zijn kan besef ik elke dag dat ik gelukkig ben. Gelukkig ben ik gelukkig.