Kijken of Zien

Kijken of Zien

Als je je ogen opendoet zie je wat er om je heen gebeurt. Dat lijkt logisch, maar lang niet iedereen die z’n ogen opent ziet ook iets. Soms staren we maar wat voor ons uit. Soms kijk je wel maar zie je niets.
Op een terrasje speelt zich een vermakelijk tafereel af. Drie jonge dames van in de dertig, mooi gekleed en perfecte make-up op, heffen een glad witte wijn op het leven waar ze ogenschijnlijk zo van genieten. De blonde vrouw, die José blijkt te heten, vertelt over haar vriend die steeds minder tijd voor haar lijkt te hebben. De middelste vrouw, Hester hoorde ik haar genoemd worden, blijkt getrouwd maar ziet haar man nauwelijks want hij is veel op reis. De donkerblonde dame heeft Paula en vertelt dat ze het alleen zijn nu wel zat is. Ik luister naar de gesprekken en ziet dat hun lichaamstaal iets anders wil laten zien. Naar buiten toe houdt dit drietal vol dat ze succesvol en gelukkig zijn. Ze glimlachen steeds, kijken doorlopend om zich heen of ze bekenden zien of eigenlijk of iedereen hen wel ziet. Niets is wat het lijkt.
Als ik verder loop zie ik een oude deur die half openstaat. Het is een aparte deur, anders dan alle anderen. Deze deur is oud, een beetje vervallen, maar geverfd in de kleur donkerpaars. Daardoor valt de deur me op. De ramen zijn geblindeerd waardoor je niet naar binnen kunt kijken. Er is geen uithangbord en zelfs geen naambord. Ik duw de deur verder open om naar binnen te kunnen kijken. Het blijkt een oud winkelpandje, maar nu is het een woonkamer. In een oude stoel zit een man die me alleen maar aankijkt. ‘Goedemiddag,’ zeg ik en stap verder naar binnen terwijl ik uitleg dat de deur mij zo opviel en dat ik benieuwd was wat er achter was. ‘Nou, hier woon ik dus,’ zegt de man. Ik vraag hem of het bevalt en hij schud van nee. Dan begint hij te vertellen dat hij vroeger een winkel van sinkel runde. Er was van alles te koop. Hij had de winkel van z’n vader overgenomen, maar kreeg al snel spijt. Hij durfde dat niet aan z’n vader te bekennen dus bleef hij maar. Maar de zaak liep steeds meer achteruit tot hij failliet ging. ‘Ik moest de deur wel sluiten’, vertelde hij. Hij was nooit getrouwd want geen vrouw wilde bij z’n winkel wonen. Z’n vader had hem verweten geen hart voor de zaak te hebben en diens levenswerk in korte tijd naar de galamiesen te helpen. Nu kan hij nergens anders heen want het pand is niet te verhuren en hij heeft geen andere plek om te wonen. Dus is hij maar blijven zitten in die stoel, voor een tv en in het half donker.
Als je je ogen opent en echt kijkt en waarneemt wat je ziet, zie je bijzondere dingen en hoor je prachtige verhalen. Soms bedenk ik zelf een slot aan een verhaal. De drie jonge vrouwen laat ik het besluit nemen om te breken met het leven wat ze leiden en ze vertrekken gedrieën naar Portugal voor een heerlijke vakantie. Daar komen ze een man tegen die een restaurant te koop weet en die mensen zitten vreselijk omhoog. Dus kopen ze het restaurant, bouwen het om tot een hippe tent en vinden alle drie een leuke man. Eind goed al goed. Al vermoed ik dat hun verhalen in het echt heel anders zijn verlopen. Maar wat geeft het, het is maar een verhaal.
Die man neem ik in mijn verhaal mee naar de hulpverlening en na een lang onderzoek krijgt hij een andere woning en wordt de oude winkel verkocht en helemaal opgeknapt. Het voelt voor de oude man als een bevrijding. Of het zo echt gegaan is weet ik niet. Misschien zit die man er nog steeds. Maar je, het is maar een verhaal.
Wie ziet kan zo een verhaal binnenstappen. En echte verhalen zijn mooier dan verzonnen verhalen. De vraag is: kijk je of zie je.