ALLES IS WETEN

Dit is het verhaal van Daniël. Daniël is een genie die in bepaalde kringen hogelijk gewaardeerd wordt. Maar wat speelt zich in Daniels hoofd af?
‘Ik weet heel veel. Ik herinner me vrijwel alles wat er gebeurt is in mijn leven. Laat ik voorop stellen dat het dan vooral gaat om cruciale dingen. Ik weet echt niet waar ik mijn tandenpoetste op een vakantie in 1973. Onzinnig om dat te onthouden. Maar ik weet wel dat we toen in Normandië waren, welk huisje we daar hadden en wat we gedaan hebben. Ik weet ook met welke mensen ik gesproken heb. Ik onthou alles wat van belang is geweest in mijn leven.
Ik lees veel en sla al die informatie op. Daardoor weet ik heel erg veel. Mijn hoofd lijkt wel een computer waaruit vrijwel niets in de prullenbak wordt gegooid. Ik bewaar ook weinig spullen, want ik onthoud dat wat van belang is wel.
Het resultaat is dat heel veel mensen mij vragen stellen. Maar een nadeel is dat niemand mij iets vertelt. Ze denken dat ik alles al weet. Dus iets nieuws hoor ik vrijwel nooit. Nu kan ik niet alles weten want er zijn nogal wat gebieden die mijn interesse niet hebben. Van sport weet ik weinig want sport is zo ongelooflijk zinloos. Vooral kijken naar sport. Top sporters werken hun hele carrière aan het uitblinken en beter worden in een bepaalde sport. Daarvoor gaan ze zwaar over hun grenzen heen. Ze willen zich ook steeds verbeteren en daarvoor moeten ze hard trainen. Omdat anderen mensen dat blijkbaar boeiend vinden trekken die sporters veel belangstelling en ontvangen belachelijk hoge bedragen voor hun prestaties. Een bakker die het lekkerste brood bakt krijgt evenveel voor zijn prestaties als een middelmatige bakker. Dat is ongelijk verdeeld.
Ik blink uit in alles weten wat ik gelezen, of meegemaakt heb, Ik ken de feiten. Ik ben onderzoeker aan de Universiteit en doe onderzoek naar genetische manipulatie en de effecten daarvan op de mens, naar voeding van dieren en mensen en hoe het komt dat we, voor ons lichaam slecht voedsel, toch lekker vinden’. Ik ben dus nogal breed inzetbaar en heb uiteenlopende interesses. Ik ben geen specialist die met oogkleppen op loopt en alleen maar bezig is met z’n eigen vakgebied. Nee, ik kijk om me heen en verbaas me.
Er zit echter een groot nadeel aan alles weten. Weinig mensen durven een gesprek met mij aan te gaan. Dat heeft te maken met de ongefundeerde mening die iedereen maar steeds weer wil poneren. Ze hebben iets gehoord of ervaren, plaatsen dat in een kader en vormen dan een mening die binnen dat kader past. Er zijn weinig feitelijkheden, weinig historisch besef en vooral weinig toegevoegde waarde aan dat wat iemand vind. Maar dan toch hebben ze de nijging anderen met die mening op te zadelen. Ik breng die mening terug tot wat het is: onzin. Daarom willen weinig mensen met mij praten. Een vader wilde graag zijn mening over de school waar onze kinderen op zitten met mij delen. Hij vond dat er van alles mis was met die school. Het verhaal kwam er op neer dat z’n zoon slechte cijfers haalde en niet goed in de groep lag. Dat was de schuld van de school. Kijk, tegen zulke ongenuanceerde beweringen is niets in te brengen want die man geloofd dat echt. Ik reageer er dan ook niet op.
Mijn hoofd is druk. Het denken staat nooit stil. Het liedje ‘Het is stil in mij’ is dan ook niet aan mij besteed. Ik denk. Dat is mijn kracht. Ik zou er niet aan moeten denken om niet te denken.
Een ander nadeel van alles weten is dat ik niet echt goed ben in voelen. Nu moet ik zeggen dat ik dat denk en vooral veel van anderen hoor. Zelf heb ik de indruk dat ik aardig goed kan voelen. Maar als voelen betekent dat je niet nadenkt en op je gevoel afgaat, dan kan ik niet goed voelen. Voelen relateer ik aan gevoelig zijn. Je gevoel speelt op en zorgt voor emotionele taferelen. Dan is iedere ratio vertrokken, dus bij deze staat van zijn blijf ik liever ver weg. Emotionele mensen kunnen ook zo onbeheerst praten. Ze maken vaak overdreven bewegingen om hun gevoelens te illustreren. Dat leidt natuurlijk af van wat ze werkelijk willen zeggen. Als je alles weet dan hoef je ook niet emotioneel te worden want je doorziet de kern der dingen. Dat gaat iedere emotie te boven.
Ik deel toch graag een heimelijk verlangen. Ik verlang naar iets.
Stel dat je hoofd een stil zou staan. Dat er geen leegte maar wel stilte is. Dan zou ik bij mijn gevoelens kunnen komen. En dan vooral het gevoel intens gelukkig te zijn en daar dan in alle stilte van kunnen genieten zonder er bij na te denken. Dat is mijn diepste verlangen. Ik ken weinig mensen die deze staat van zijn hebben ervaren. De meeste mensen ‘denken’ dat ze gelukkig zijn en dat moment gaan ze dan vieren met overdreven feestelijke tierelantijnen en versieringen als ‘uit eten gaan’, alcohol drinken, anderen uitnodigen om hun geluk te delen.’ Ze hebben niet door dat dit geen geluk is maar bedenken dat je gelukkig bent. Mijn verlangen is dat ik me gelukkig voel. Dat kan je niet delen omdat de ander niet weet wat hij niet kan voelen.
Omdat ik alles weet ben ik bang dat mijn heimelijke verlangen iets is dat niet bestaat of waar ik geen toegang tot heb. Misschien zou je niets moeten weten om echt geluk te ervaren. Als dat zo is kan ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat alles weten niet gelukkig maakt. Leve het land der onbenulligen die zich gelukkig wanen.

Omdat mijn hoofd altijd druk is ben ik uiterlijk rustig. Mensen zien dus niet dat ik heel druk bezig ben met denken. Zij ‘denken’ dat ik niets zit te doen. Neem even van mij aan dat ik nooit niets doe. Ik denk altijd, zelfs in mijn dromen vormen zich de mooiste gedachten en rijgen woorden zich aaneen tot zinnen. Dat maakt een gesprek voeren knap lastig want die ander ‘denkt’ dat ik niets zit te doen en begint dan te praten. Of ze stellen zeer intelligente vragen zoals: ‘Zit u hier al lang?’ Het antwoord is niet ter zake doende want op de antwoorden ‘ja’, ‘nee’ of ‘gaat wel’ volgt precies dezelfde reactie: men start met praten. Vaak is dat een monoloog. Soms wordt een reactie van de toehoorder verwacht. Maar die reactie wordt verwacht. Men verwacht instemming met het vertelde. Als je er tegenin gaat staat iemand al snel op en vertrekt. Voor mij is het handig om al heel snel een tegengestelde reactie te geven van wat men verwacht, want dat betekent meestal: einde verhaal. Soms komt een verhaal mij goed uit. Dan heb je net iets bedacht en dient de volgende gedachte zich al aan. Die kan je gemakkelijk parkeren en even luisteren naar wat de ander vertelt of vraagt. Als je mee gaat in het verhaal van de ander spint het verhaal zich uit. Soms heel voorspelbaar, maar soms, tot mijn vreugde, geheel onvoorspelbaar. Het verhaal neemt een wending die ik niet verwacht had. Zo raakte ik in gesprek met een advocate die me vertelde over een zaak waar ze blijkbaar erg mee zat. Een man die zijn kinderen niet mag zien en een vrouw die alles manipuleerde en een rechter die daarin meegaat. Toen ik meer vragen over haarzelf stelde bleek er achter het masker van de succesvolle advocate met de stijlvolle kleding een vrouw te zitten die was verlaten door haar man en achterbleef met een gehandicapt kind waardoor ze maar een paar uur per dag kon werken. Ze was doodmoe, ongelukkig en boos. Als iemand zoiets vertelt luister ik en stel ik vragen. Het was een wending in het verhaal die ik niet verwacht had. Zo zijn er zoveel mensen die een image hebben aangenomen maar daarachter zit een verhaal van pijn, onbegrip, boosheid, verdriet, lage eigenwaarde of noem maar op. De vraag die bij mij opkomt is waarom die mensen dat niet kunnen laten zien want dat is het echte verhaal. Als je jezelf laat zien en jouw echte verhaal deelt is er hulp onderweg. Dat is de sleutel naar de oplossing. Want ieder verhaal heeft twee kanten.
Ik vertelde je dat ik alles weet. Dat is niet waar natuurlijk. Ik herinner me alles. Alles wat ik mee heb gemaakt weet ik nog en alles wat ik lees, en dat ik kan kaderen, heb ik opgeslagen. Daardoor heb ik heel veel kennis. Ik was verbaasd dat anderen dat niet hebben. Ze vergeten vaak hele essentiële dingen die hun leven gevormd hebben en ze zijn zich daar niet bewust van. Het is mooi dat ik dat wel heb. Dat ik daardoor veel alleen ben en mensen mij raar of vreemd vinden is dan maar zo. Daar ben ik aan gewend. Kennis is macht. Door alle kennis die ik heb heb ik een makkelijk leven. Ik raak zelden in paniek omdat ik weet waarom iets gebeurt, wat de achtergronden ervan zijn en waar ik de oplossingen kan vinden. Hoe fijn is dat?
Mijn hoofd is druk. Ik denk. Dat is best vermoeiend. Ik luister naar veel onbenulligheid die mensen uitkramen. Ook dat is vermoeiend. Ik heb zelfs moeten leren om al die onnozele verhalen niet op te slaan maar weg te gooien. Het is lastig dat ik geen vrouw kan vinden die mij begrijpt. Daardoor ben ik veel alleen. Als je alleen bent heb je alle tijd om na te denken. Daardoor kan ik zaken overzien, kaders aanbrengen en vooral alles doorzien. En nu is het zover. Nu is het moment dat ik mijn verlangen uit laat komen. Nu ben ik op weg naar een retraite die mij gaat helpen om stilte te ervaren in m’n hoofd en intens gelukkig te zijn in mezelf. Dat retraite is de opstap, niet het middel. Want ik weet dat ik het kan, ik kan het echter niet alleen. Ik sta er open voor. Ik ga het ervaren, wat het ook is.
Veel geluk.’